Wat en waaraan denk je, als je dit leest?
Zuid-Limburg. M’n geboortegrond. Zo ontzettend mooi. ❤️ pic.twitter.com/Xw6K0AaOUU
— Myrthe Hilkens (@MyrtheHilkens) August 19, 2021
Dit bericht is afkomstig van iemand opgegroeid in Geleen, met een autoweg voor de deur, een petrochemische industrie in de achtertuin en een vliegveld om de hoek…
Selectief wegkijken, de realiteit ontkennen, het lijkt wel een tweede natuur. Je zoekt contact met deze persoon middels een reactie:
“Meen je dat werkelijk? Een totaal verwoest landschap, doorkruist door twee autowegen, een vliegveld, petro-chemische industrie, suburbanisatie, toerisme, ingeklemd door onnatuurlijke grenzen. En, en, en… Doe je ogen open. Zal ik je eens rondleiden? Ken je de St. Pietersberg?”
Taal nog teken en dat is het schandaal of concreter, wederom word je bevestigd in de opgedane overtuiging dat mensen niet willen weten. Ze willen niet de relatie leggen tussen hun leventje en welke offers ervoor gebracht werden en worden. Hun levenswijze zien ze als de ware, de echte, de enig waardevolle. Zelfs dat een hele regio in hun directe omgeving totaal verwoest is nemen ze niet ter kennis, er zijn immers nog een paar plekjes “natuurschoon” over, waar ze met het autootje naar toe kunnen. Hoe geloofwaardig zijn dergelijke mensen, wat valt van ze te verwachten?
Inmiddels is de mijnbouw volledig weggerationaliseerd, ervoor in de plaats kwam autoindustrie ironisch genoeg. Daar wilden die vroegere mijnwerkers niet aan. Toen was de beurt aan “gastarbeiders” uit Marokko want de gedane investeringen moesten rendement opleveren. Dit proces zal ook iemand die bovenstaande tweet met instemming een RT gaf niet ontgaan zijn. Hij komt uit dezelfde regio waar de grenzen met Duitsland en België vanuit het zolderraam te zien zijn.
Van hem heb ik de indruk dat het rationaliseren en wegrationaliseren, we noemen het management, z’n levenstaak is geweest. Zeg maar hand- en spandiensten leveren voor overheid en kapitaal. Nooit zul je hem betrappen op notities over het heden en verleden van de Mijnstreek, over arbeid en kapitaal, over mijnpolitie of over mijnartsen. Niets, helemaal niets bericht hij erover, socioloog en jurist zijnde.
Om hem op weg te helpen een filmisch portret van Max von der Grün, iemand die er wel over berichtte en onmiddellijk ontslagen werd.
Misschien gaat zijn geweten een beetje knagen en gaat hij zich eindelijk eens verdiepen in het politieke klimaat dat zorg droeg voor deze vorm van uitbuiting met de hulp van de kerk, de vakbeweging en zeer zeker ook van de sociaal-democratie. Er is genoeg literatuur voorhanden. Spijtig genoeg zijn degenen die konden getuigen praktisch allen dood, waarbij de meesten veel te jong gestorven zijn.
Of wil Jo Horn hieraan niet herinnerd worden zich fascisme-kenner wanende?
