De hoefijzertheorie is opnieuw in opmars. De gedachte dat ‘de uitersten’ op elkaar lijken is een manier om extreemrechts te normaliseren en tegelijk een poging om authentiek links te problematiseren.
Lees: DE VALKUILEN VAN HET HOEFIJZERMODEL
Een hoefijzer, werd dat vroeger niet boven de deur gehangen om geluk te brengen?
Is die man, vraag je je in gemoede af, politiek gesproken door alle ratten besnuffeld? Niet goed wijs zijn is ook een bepaalde wijsheid. Zie zijn tien kenmerken over fascisme of zijn, ik dacht, vier stappen richting fascisme.
Die man heeft gestudeerd, heeft op een universiteit gedoceerd. Hoe was dat mogelijk? Geen wonder, gezien zijn berichten op Twitter, dat hij alsmaar niet begrijpt dat ik hem een salonfascist noem, na alles wat hij over mij ten beste wist te geven. Ja ja, hij noemt dit beledigen… Wat mij verontrust is dat hij zijn gang kan gaan met z’n onzalige boodschappen en daarbij, zo terloops, de weinige tegenspraak die hij krijgt onmogelijk tracht te maken. Het meest kwalijke dat je kunt doen als je beweert tegen fascisme gekant te zijn.
Bovendien zegt de man socioloog te zijn. Waaruit is dat tot nog toe gebleken?
Overigens met links crapuul en rechts gajes, daar kan ik niks mee. Vroeg of laat vallen ze elkaar in de armen, ook dat nog. Het SPVV model noem ik dat voor het gemak.
Lees maar: het SPVV model.
Nog dit. Zou Jo Horn nog nooit vernomen hebben dat fascisme, nadrukkelijk ook dat van de nazi’s, steunt op het wat we plegen te noemen burgerlijke midden? Zijn ageren op Twitter i.v.m. de oorlog in Oost Europa levert dagelijks het onomstotelijke bewijs van zijn onkunde, zijn blinde vlek dienaangaande. Deze salonfascist is m.a.w. het ideaaltypische voorbeeld om het hedendaags fascisme als sociologisch fenomeen aan de hand van zijn oneliners op Twitter te bestuderen.
Afbeelding: Who’s out there? – Peter Kuper